De Beautiful Game hervonden

Een voetbalverhaal over 1988, dat moet haast wel over dat goede stel gaan. Maar nee dus. Ik wil het ook niet over 1988 hebben, per se. Maar dit verhaal begint wel in dat jaar, geloof ik. Ik zat in de C1 van DEVJO, een kleine voetbalvereniging in Voorburg. Wij waren ook best een goed stel, maar niet zo goed als de jaargang voor ons. Dat betekende dat we een klein stukje boven ons niveau speelden. De eerste wedstrijd ging nog wel. Een bescheiden 3-2 verlies. Uit. Misschien werd het dan toch nog wat? Helaas bleek het een uitschieter te zijn. De overige uitslagen leken meer op 8-0 en 14-1. Niet in ons voordeel.

Voetbal was niet het enige dat niet zo lekker liep dat jaar. Ook op school liep het ook niet zo goed. Zaterdags op het veld deed ik, net als mijn teamgenootjes, gewoon goed mijn best. Maandag tot en met vrijdag in de klas was dat anders. Je zou kunnen zeggen dat ik er met de pet naar gooide, maar zelfs dat klinkt alsof ik een actief aandeel had in het geheel. Dat zou geen recht doen aan mijn totale gebrek aan inzet om ook maar iets te leren. Wat dan ook. Op dat ene natuurkunde proefwerk na, dat ik als enige in de klas zonder rekenmachine deed en toch een voldoende voor haalde. Nou ja, later is alles wel goed gekomen, ongeveer.

De resultaten die ik op school haalde, of eigenlijk liever het totale gebrek daaraan, dwongen mijn ouders tot een noodgreep. Verbetering op korte termijn, of niet meer voetballen. Dat was best een harde maatregel, en het de mammoettanker die mijn gedrag op school bleek te zijn, was niet meer te keren. Van voetbal af, dus. Midden in het seizoen. Teamgenoten in de steek gelaten. Balen.

Zo heb ik in die tijd dus anderhalf jaar niet gevoetbald. Wel een jaartje aan basketbal gedaan. Na de zomer, en een verandering van schoolomgeving, mocht ik weer op een sport. Basketbal werd het. Een keer wat anders. Het niveau van de club was redelijk hoog, dus er werd intensief getraind. Erg intensief. Het was leuk, ik genoot, ik trainde hard. Op de nieuwe school ging het best aardig. Dat was niet het enige, dat in dit jaar veranderde.

Aan het einde van het seizoen kreeg ik de neiging om slidings te gaan maken. In de zaal. Dat vinden ze in de basketbal wereld niet zo leuk. En ik zag het als een teken. Tijd om terug te gaan naar mijn oude voetbalvereniging DEVJO.

Terugkomen bij je cluppie, met teamgenoten die je al bijna je hele leven kent, voelt goed. En zo was het voor mij ook. Maar afgezien van het feit dat we anderhalf jaar verder waren, was er toch iets veranderd op de club. Iets groots. Iets speciaals. Iets misschien wel wereldschokkends in de late jaren tachtig. Mijn cluppie had ineens niet meer alleen jongenselftallen. Er waren ook meidenteams. En die meiden konden nog voetballen ook. Dat was voor mij op zich niet zo’n grote verrassing. Ik heb een nicht die een beetje ouder is dan ik. Die kon vroeger ook waanzinnig goed voetballen. Ik vond het nooit zo leuk om met haar te voetballen, want ze dolde me op een vierkante millimeter. Nee, van mij zou je niet horen dat meisjes niet konden voetballen. Iets met schade en schande, zeg maar. En trots zijn op een grote nicht die in de jeugdelftallen van oranje speelde, soms. Toch was het een grote verandering. Iets nieuws. Iets dat nog uitzondering was.

Ik heb nog zo’n 3 seizoenen meegedaan. B1, A2, A1. De jeugd voorbij, school weer in het slop, en nog wat onzin. Af en toe een balletje getrapt in zalen. Ook lekker. Met mijn broers en hun vrienden, met een studententeam in Maastricht. Ik heb zelfs een keer van mijn zwager een gele kaart gehad voor een sliding. In de zaalvoetbalwereld vinden ze dat ook al niet leuk.

We zijn nu wel een paar jaartjes verder. Een paar decennia zelfs. Nog dramatischer: we zitten in een ander millennium. En daar staan ze dan. De Oranjeleeuwinnen. In de WK finale! Twee jaar geleden veroverden ze de harten van de natie. Op een moment dat het grote internationale mannenvoetbal ook wel wat verziekt was door het Grote Geld en de onbeperkte saaiheid van spelen om niet te verliezen. De tactiek van vooral de tegenstander tegenhouden en hopen dat er aan de andere kant per ongeluk eentje in valt. Dat was op dat EK van 2017 wel anders. Alle teams leken te voetballen om meer te scoren dan de tegenstander. En ook geen theater na een tackle. Open, avontuurlijk en aantrekkelijk voetbal. Mijn hart sprong op. Zo zie ik het graag. Als je meer scoort dan je tegenstander, dan win je. Nu komt daar op dit WK, voor de Oranjeleeuwinnen, ook nog een andere kwaliteit bij: knokken voor elke meter, gaan tot het gaatje en elke keer weer opnieuw de overwinning binnenhalen.

Het maakt ook niet uit wat er zondag gebeurt. Het maakt niet uit. ze hebben al gewonnen. Ze hebben hun plek veroverd. Het land schaart zich, eerst nog schoorvoetend, aan hun voeten. Bedankt, Oranjeleeuwinnen. Voor het plezier en de hoop. En voor het mooie voorbeeld voor mijn dochter, tegen wie ik dankzij jullie kan zeggen dat ook meisjes in Oranje kunnen. Maar dat ze om dat te halen wel heel erg goed moet worden. Nog beter dan mijn nicht.